Rotterdam als bierhoofdstad
Tussen 1585 en 1650 telde de Rotterdamse binnenstad maar liefst 65 bierbrouwerijen. Dankzij het destijds glasheldere Maaswater was het lokale bier van ongekende kwaliteit. Het was zelfs zo geliefd dat bierschippers dagelijks naar alle uithoeken van het land voeren om de dorst te lessen.
Grote steden zoals Amsterdam, maar ook het Zeeuws-Vlaamse Sas van Gent, waren grootafnemers. Deze bloeiende bierindustrie vormde dan ook de motor achter de economie en het welzijn van de stad. Hoewel bijna al deze historische brouwerijen in de loop der eeuwen verdwenen – alleen het inmiddels Belgische merk Oranjeboom overleefde de tand des tijds – komt deze gouden periode nu weer tot leven.
Archivaris en historicus Michel Ball, die al sinds 1996 werkzaam is bij het Stadsarchief Rotterdam, dook diep in het oud-notarieel archief. Op basis van deze rechtsgeldige en uiterst betrouwbare historische documenten schreef hij een boek over deze vroege brouwers en hun manier van zakendoen. Ball schetst een levendig portret van de complete bierwereld van toen: van opperbrouwers en moutmakers die waakten over de kwaliteit, tot de brouwersknechts, keldermeiden, sluwe bierstekers én de belastinginspecteurs die jacht maakten op accijnsontduikers. Dankzij zijn jarenlange expertise kent de auteur het archief op zijn duimpje, wat resulteert in een even nauwkeurige als meeslepende geschiedenis van het Rotterdamse bier.
Uitgeverij Brave new Books, ISBN 9789465313221, 180 pagina’s, € 17,51