TIPS – De wapens van Marinus van der Stoep
Museum Rotterdam ’40 – ’45 NU presenteert:
De wapens van Marinus van der Stoep Rotterdam vanaf 18 maart 2019
Marinus van der Stoep (1917 – 1945) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van der Stoep (schuilnamen: Rob en Rien), was een leider in de Rotterdamse illegaliteit en leider van zijn eigen onafhankelijke knokploeg. Op dinsdag 9 april, de sterfdag van Marinus van der Stoep, presenteert Museum Rotterdam ’40 – ’45 NU een eerbetoon aan deze belangrijke strijder wiens wapens recentelijk zijn gevonden in het depot van Museum Rotterdam.
- Museum Rotterdam ’40-’45 NU Coolhaven 375
- 3015 GC Rotterdam
- geopend op di t/m zo van 10.00 tot 17.00 uur.
Na een ontdekkingstocht door het depot vond Johan van der Hoeven, conservator Museum Rotterdam ’40 – ’45NU recentelijk een zware doos. In die doos waren drie wapens keurig verpakt. Een F.N. pistool caliber 9 mm. met het nummer 22332, een Walther pistool caliber 6,35 mm. nummer 717952 en een Welrod pistool Mk2 caliber .32 (inch), nummer 6289. Een Welrod is een zeer zeldzaam pistool, voorzien van een geluiddemper, waar er ‘maar’ 14.000 van gemaakt zijn. De Welrod is speciaal ontworpen voor agenten van de Special Operations Executive (SOE), een organisatie gespecialiseerd in spionage, sabotage en verkenning. De wapens werden gedurende de oorlog in containers gedropt voor het verzet in Europa en ontwikkeld door ingenieur Hugh Reeves. Onderzoek in het collectieregister leert dat de drie wapens afkomstig zijn van Marinus van der Stoep. Marinus was een van de belangrijkste verzetsmannen in Rotterdam en is in januari 1945 via Brabant naar Engeland gegaan. Eind februari is hij gedropt boven Berkel. Naar alle waarschijnlijkheid had hij een van de wapens toen al bij zich. De overige twee pistolen zijn buitgemaakt: de F.N. is een dienstpistool van de politie en de Walther een Duits pistool dat officieren bij zich droegen. Op 9 april 1945 overleed Marinus in het ziekenhuis, nadat hij op 5 april door de Duitsers was neergeschoten. De opmerkelijke vondst wordt op de sterfdag van Van der Stoep in besloten kring gepresenteerd. Vanaf woensdag 10 april zijn de wapens te zien bij Museum Rotterdam ’40 – ’45 NU in de Coolhaven. Naast de wapens worden ook enkele voorwerpen van Marinus (zijn bril, de overlijdensadvertentie en enkele rouwlinten) getoond.

Marinus werd geboren op 27 september 1917, woonde op kamers in Rotterdam en werkte als assistent-bedrijfsleider in de Jaminfabriek aan de Hugo de Grootstraat. Hij begon zijn ondergrondse werk met het verspreiden van illegale kranten en soms stelde hij een auto van Jamin beschikbaar voor deze transporten. Marinus wilde graag opgenomen worden bij de Landelijke Knokploegen, maar de L.K.P.- leiding wilde niet dat nieuwe leden zich aansloten bij bestaande ploegen. Wel mocht hij – onder strikte voorwaarden – een eigen ploeg vormen. Al snel vormde hij, samen met Huib de Iongh, Frits Ruys, Charles van der Sluis en Max Pino, een tweede Rotterdamse L.K.P.-ploeg, onder de hoede van provinciaal leider Samuel Esmeijer. Later zou deze ploeg nog met zeven man aangevuld worden. De schuilnamen van Marinus waren Rob of Rien. Vanaf juli 1944 pleegde de knokploeg van Van der Stoep overvallen op distributiekantoren. Daarnaast werden enkele liquidaties van collaborateurs en handlangers van de Sicherheits Polizei uitgevoerd. Begin januari 1945 vertrok Marinus via het bevrijde zuiden naar Engeland. Zijn missie had tot doel besprekingen met Prins Bernhard en de staf Binnenlandse Strijdkrachten te voeren over de strategische plannen van het verzet. Ook pleitte hij voor een toename van de wapendroppings. Op 27 februari werd hij boven Berkel gedropt (codenaam ‘Scrape’) en zette zijn werk voort. Hoewel het niet gewenst was dat Van der Stoep nog persoonlijk aan acties zou deelnemen – hij was de spil in het web – wilde hij zijn mensen de gevaarlijke karweien niet alleen laten opknappen. Deze beslissing is hem op 5 april 1945 fataal geworden. Bij de overval op de Dienststelle van de Abwehr aan de Ouddorpweg te Kralingen (om 23.00 uur), werden Marinus en zijn mannen opgewacht en van meerdere kanten met automatische wapens onder vuur genomen. Onder dit spervuur trachtten zij door een poortje weg te komen. Eén van hen viel getroffen neer – in het donker was niet te zien wie – en moest worden achtergelaten. De overval was volledig mislukt en leek verraden. Pas later kwam men erachter, dat degene die ze hadden moeten achterlaten Van der Stoep was. Hij had een schot in het achterhoofd gekregen en werd door de Duitsers naar het Diaconessenziekenhuis overgebracht. De Duitsers wisten op dat moment niet wie zij in handen hadden gekregen en zijn daar waarschijnlijk nooit achter gekomen. Zonder nog bij kennis gekomen te zijn, overleed Marinus van der Stoep op 9 april in het Diaconessenziekenhuis. Hij is slechts 27 jaar oud geworden. Postuum werd aan Van der Stoep het Verzetskruis 1940-1945 toegekend. In zowel de Rotterdamse wijk Kralingen als in Vlaardingen is een straat naar hem vernoemd. Kijk op www.museumrotterdam.nl/40-45-nu