logo

Doof in de oorlog

Pascal Oranje heeft een driedelige sleutelroman geschreven over het dagelijks leven van de dovengemeenschap in Rotterdam: van de jaren 1900 tot de bevrijding in 1945. Het zijn drie historische romans over een zoektocht naar verdwenen voorouders, over doofheid en overleven in oorlogstijd. Gebaseerd op waargebeurde feiten. 

In zijn boeken neemt Pascal Oranje je mee naar bezet Rotterdam. Hij neemt je mee in de dovengemeenschap. Een geromantiseerd verhaal, gebaseerd op ware feiten en ware personen.

De schrijver brengt je naar een tijd dat gebarentaal nog verboden was, waarin het als normaal werd gezien dat dove mensen minder salaris verdienden en alleen handberoepen mochten uitoefenen.

Hij vertelt over de dove inwoners van Rotterdam die de sirenes niet hoorden, maar de trillingen wél voelden; doven die zich in de oorlog niet via de radio konden informeren, en die doorliepen als er achter hun rug ‘Halt. Stehen bleiben!’ werd geroepen. Pascal Oranje schrijft ook over de angst voor gedwongen sterilisatie, die in Duitsland al sinds 1933 werkelijkheid was. Het verhaal van de dovengemeenschap in oorlogstijd is niet eerder verteld. Het boek geeft daarmee een uniek, nieuw inzicht in de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

Pascal Oranje is een pseudoniem. De schrijver kiest bewust voor een anonieme rol. Op die manier wil de auteur niet zichzelf maar de dovengemeenschap centraal stellen.

Deel 1 Het Kind van de Vorstenburcht

Op 30 september 1917 werd op de Korte Poten, op honderdvijftig meter van het Binnenhof, de kerngezonde Geert Vorstenburcht geboren. Een half jaar later was het kind doof. Zijn vader Gerard was een jonge, ambitieuze ambtenaar op Buitenlandse Zaken die de Nederlandse neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog moest bewaken. Dat vergde al zijn aandacht. Teveel aandacht. Het gezin Vorstenburcht viel uiteen. Geert werd doofstom en wees. Zijn opa werd tot voogd benoemd, maar kon niet met hem communiceren. Al snel bracht opa zijn kleinzoon onder bij het Instituut voor Doofstommenonderwijs in Rotterdam. Opa liet niet meer van zich horen. Het beeld van zijn opa verdween langzaam uit Geerts brein. Hij wist volstrekt niet wie hem het leven had geschonken. Hij had geen vader, geen moeder, geen enkel familielid. Geert was eenzaam. In het pleeggezin waar hij werd opgenomen was hij een buitenbeentje. Als zijn pleegbroers vakantie hadden, bleef hij alleen. Hij was een wees. Maar was hij dat eigenlijk?

Deel 2 De Tolk van de Spieringhers

Op vierjarige leeftijd kreeg kleine Mieke plotseling een bal in haar gezicht. De hoofdschuldige was de elfjarige Geert Vorstenbürger, die in de straat aan het voetballen was. Met een kusje van Geert op de zere plek en een aai over haar bol was het leed bij Mieke snel geleden. Ergens in haar brein bleef Geert hangen. Geert was doof. Mieke niet. Maar Mieke, kind van twee dove ouders, ‘sprak’ dezelfde taal: gebarentaal. Toen Mieke in november 1938 de huishoudschool had doorlopen, ging ze aan de slag bij Sjaak van Dam, een joodse winkelier nabij het Hofplein in Rotterdam. Tien dagen na haar aanstelling werden in Duitsland en Oostenrijk tijdens de Kristallnacht joodse winkels kort en klein geslagen. Sjaak van Dam nam kort daarna de wijk naar Amerika. Duitsland viel op 10 mei 1940 Nederland binnen. Op 14 mei werd de winkel van Sjaak van Dam verteerd door metershoge vlammen. Op straat werd de sfeer grimmig. Joden werden uit hun huizen gesleurd en op transport gesteld naar onbekende verten. Voor dove mensen was de wereld niet veilig meer. Sterilisatie dreigde. In 1943 kenterde de oorlog, maar geallieerde bommen dreven af naar het westen van Rotterdam.

Deel 3 De Vlucht naar Aalten

De klap die Mieke heeft moeten verwerken in de weken en maanden na het afschuwelijke bombardement op het westen van Rotterdam, nagelde haar lang vast. Het kreeg vat op haar humeur. Ook Geert kreeg het steeds moeilijker. Hij was een jongeman in de kracht van zijn leven, waarvan de Duitsers maar niet snapten dat die, tegen de bevelen van de bezetter in, nog steeds niet in Duitsland werkte. Die onrust zou zich vast gaan zetten in de levens van Geert en Mieke, hetgeen de sfeer tussen hen beïnvloedde. Het verdere verloop van de oorlog zou hen in grote moeilijkheden brengen. Elders in bezet gebied zijn duizenden doven gesteriliseerd om erfelijke doofheid te kunnen bestrijden. Veel doven zijn bang. Er gebeuren erge en trieste dingen in de laatste jaren van de oorlog die de verhoudingen op scherp zetten. De spanningen nemen toe.