menu

Stichting Bijzondere Leerstoel Roterodamum Geschiedenis van Rotterdam

Bijzondere leerstoel aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

De herdenking in 1990 van het 650-jarig bestaan van de stad bood een mooie gelegenheid om een bijzondere leerstoel geschiedenis van Rotterdam in te stellen. Roterodamum wilde graag ook op academisch niveau aandacht aan de geschiedenis van de stad besteden. De bijzondere leerstoel is ondergebracht bij de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit en is financieel mogelijk gemaakt door J.E. Jurriaanse stichting.

Leerstoelbekleders:
1995 – 1995 : prof.dr. H.H. Vleesenbeek †
1997 – heden: prof.dr. Paul Th. van de Laar

Paul van de Laar, Roterodamums hoogleraar Stadsgeschiedenis

Paul van de Laar bekleedt sinds september 1997 de Bijzondere Leerstoel Roterodamum ‘Geschiedenis van Rotterdam’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, tegenwoordig de Erasmus School of History, Culture and Communications. In maart 1998 hield Van de Laar zijn oratie over het Veranderend geschiedbeeld van de stad Rotterdam, die ook in het Rotterdams Jaarboekje werd gepubliceerd. Sindsdien heeft hij veelvuldig gepubliceerd over Rotterdam en houdt hij met grote regelmaat lezingen over uiteenlopende onderwerpen. Vanaf 1998 verzorgt hij het keuzevak stadsgeschiedenis, een vak dat inmiddels is uitgegroeid tot een Engelstalig vak, urban studies. Die verandering heeft te maken met de internationalisering van de Erasmus Universiteit, zoals tot uiting komend in de gewijzigde naam. De colleges beperken zich niet tot de eigen faculteit. Zo geeft hij sinds 2017 gastcolleges aan de Universiteit van Barcelona voor masterstudenten GLOCAL, Global Markets, Local Creativities, een samenwerkingsverband tussen de Erasmus Universiteit, Universiteit van Barcelona, Glasgow en Göttingen.

Voor een hoogleraar is onderzoek zeer belangrijk. Van de Laar probeert echter zoveel mogelijk onderzoekthema’s te bedenken die voor een breed publiek interessant zijn. Zijn belangstelling voor de beeldvorming van de stad, migratievraagstukken en de moderne stadsantropologie getuigt daarvan. Begin dit jaar verscheen een bundel (samengesteld door collega’s Peter Scholten en Maurice Crul) over Rotterdam als superdiverse stad. Arie van der Schoor en ik schreven een artikel over Rotterdam’s Superdiversity from a Historical Perspective (1600–1980). Hij werkt intensief samen met de sociale faculteit op gebied van migratiestudies en de Technische Universiteit Delft, Faculteit Bouwkunde. Samen met Carola Hein, hoogleraar bij Bouwkunde, is hij intensief betrokken bij het PortCity Futures project, een samenwerking tussen de T.U. Delft, de Erasmus Universiteit en Universiteit Leiden. Het is de bedoeling dat deze samenwerking leidt tot een verdere verbreding en internationalisering van de leerstoel.

Op dit moment zijn er twee promovendi verbonden aan de leerstoel. Hilde Sennema, die in 2015 is gestart met een verkennende studie naar Liverpool en Rotterdam. Inmiddels richt ze haar onderzoek vooral op de relatie tussen stad en haven en hoe de naoorlogse governance structuur zich heeft ontwikkeld tot een typisch Rotterdam model. Haar disseratatie heeft als voorlopige werktitel, Governing the city as a business: private involvement in the reconstruction of Rotterdam (1940-1975). In de zomer van 2019 is Vincent Baptiste begonnen aan zijn dissertatie in het kader van het HERA-project. Pleasurescapes. Port Cities’ Transnational Forces of Integration. Zie hiervoor https://www.roterodamum.nl/wp-content/uploads/2019/06/Kroniek_22.pdf.

Sinds september 2001 werkt Van de Laar ook bij Museum Rotterdam. Sinds 2013 is hij directeur van het stadsmuseum. Een ideale combinatie; het museum en de leerstoel versterken elkaar vrijwel voortdurend. Geschiedenis is populair en Van de Laar doet zijn best om de popularisering te bevorderen.  In het verleden uitte dat zich in een reeks afleveringen over de stad, de Rotterdammers van formaat en Verhalen van Staal en Steen. Hiermee bereikte Roterodamum duizenden kijkers. De 55 afleveringen worden vaak herhaald en hopelijk vinden we in de toekomst meer middelen om nieuwe programma’s te maken.

Een hoogleraar stadsgeschiedenis moet uiteraard betrokken zijn met wat er in de stad gebeurt. Vandaar dat Van de Laar regelmatig wordt gevraagd om deel te nemen in commissies of besturen op het gebied van stadsgeschiedenis, cultureel erfgoed enz. Ook vanuit bestuurlijke zijde wordt regelmatig een beroep op hem gedaan om vanuit het verleden van de stad te helpen bij de beleidsvoorbereiding voor actuele stedelijke vraagstukken. Dat is bij uitstek ook het terrein waarop Roterodamum zich de laatste jaren nadrukkelijker wenst te profileren. Hier blijkt meer dan eens het maatschappelijk nut van de leerstoel.

Elk jaar legt de hoogleraar – zoals het ook hoort – verantwoording af over zijn werkzaamheden, de vorderingen van het onderzoek, onderwijs en plannen voor de toekomst. Voor de komende jaren staan op stapel: een populaire versie over de migratiegeschiedenis van Rotterdam (samen met Peter Scholten), een nieuw boek over Rotterdam, gebaseerd op de colleges (Rotterdam in global perspectives) en publicaties in het kader van het project het koloniale verleden van Rotterdam (2019-2021), onder redactie van Gert Oostindie (Koninklijk Instituut voor Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden, een onderzoek n.a.v. de motie van voormalig PvdA-raadslid Peggy Wijntuin.

Lees verder