menu

Inhoud

Het motief voor de uitgave valt in het voorwoord van archivaris Ungers eerste editie te lezen: “Toch blijft er nog veel te zeggen over hare geschiedenis, over hare ontwikkeling en haren handel, over hare regenten en bestuurders, over personen, die zich in eenigen tak van wetenschap of kunst verdienstelijk hebben gemaakt. Die feiten, die personen moeten nauwkeurig behandeld worden, in kleine opstellen, welke aldus bouwstenen zullen kunnen worden voor een nieuwe Geschiedenis van Rotterdam. Het Jaarboekje is met dit doel in het leven geroepen.”

De tientallen artikelen die in de loop der jaren in de rubriek Mengelwerk zijn verschenen vormen de kralen aan een lange, bont geschakeerde historieketting. De talrijke detailstudies brachten onderwerpen aan het licht die anders in de schaduw zouden zijn gebleven. Het is een medium gebleken waar (amateur)historici een groot publiek deelgenoot kunnen maken van hun vaak specialistisch onderzoek. Lag het accent voor 1940 op de zeventiende en achttiende-eeuwse geschiedenis, in de laatste decennia kregen onderwerpen uit de jongste twee eeuwen de overhand.

In de rubriek Voorwerk, voorafgaand aan Mengelwerk, is de dagelijkse kroniek over het afgelopen jaar sinds 1892 een vast onderdeel, hoewel in de eerste delen niet bij alle dagen een gebeurtenis wordt gemeld. Een overzicht van de tentoonstellingen en van overleden personen zijn nu aparte onderdelen, maar hadden vele decennia een plaats in de dagelijkse kroniek. Het jaarlijks melden van aandeelhoudersbijeenkomsten van Rotterdamse NV’s en het uit te keren dividend behoort daarentegen al lange tijd tot het verleden.

Pas in het Jaarboekje 1911 verscheen voor het eerst een In memoriam – over oud-burgemeester Vening Meinesz. Aan overleden Rotterdammers werd decennialang slechts zeer beperkt aandacht gegeven. Een lijst met namen van de leden van het gemeentebestuur nemen vanaf 1913 een vaste plaats in, alsmede de ‘inlichtingen omtrent enkele openbare instellingen en enkele verenigingen tot bevordering van wetenschap en kunst’. Een beknopt overzicht van de voornaamste openbare werken wordt eveneens opgenomen, maar die rubriek sneuvelt in 1969. Na 1947 maakt Roterodamum, met jaaroverzicht en tot 1953 zelfs met een ledenlijst, deel uit van de rubriek Voorwerk. Het aantal illustraties is vanaf 1913 steeds toegenomen. Iedere nieuwe burgemeester, vanaf Wytema, komt met foto op de eerste pagina in het Jaarboekje (RJ 1924). Ook NSB-burgemeester Müller viel deze eer ten deel (RJ 1942). Afbeeldingen in kleur blijven echter schaars. Bij de vernieuwing van het Jaarboekje in 2003 werd ook de inhoud onder de loep genomen; een aantal rubrieken verdween van het toneel.