menu

Historie

Het Rotterdamsch Jaarboekje van 1888 mag eigenlijk niet als eerste Jaarboekje worden aangemerkt. Reeds veel vroeger, in 1839, was een Rotterdamsch Jaarboekje verschenen bij uitgeverij A. Wynands. Er kwam een jaar later nog een tweede uitgave, maar toen hield het op.

In 1888 bracht onder dezelfde naam uitgever/boekhandelaar A. Eeltjes een Jaarboekje op de markt. Veel belangstelling was er ook toen niet voor. Eeltjes hield het na een uitgave dan ook voor gezien. Hoewel het in de bedoeling lag het boekje jaarlijks te laten verschijnen kwam pas in 1890 bij uitgever P.M. Bazendijk het tweede deel. De volgende jaargangen zagen het licht in 1892, 1894, 1896, 1899 en 1900. Het achtste Jaarboekje liet vervolgens tien jaar op zich wachten. Na het overlijden in 1904 van redacteur Unger toonde zijn opvolger, gemeentearchivaris dr. E. Wiersum, niet zoveel belangstelling voor het Rotterdamsch Jaarboekje. Toen van de zijde van de gemeenteraad en van B&W echter stemmen opgingen voor een hervatting van de uitgave, nam Wiersum het redactiewerk toch op zich. Het gemeentebestuur, sinds de uitgave van 1899 sponsor, zegde opnieuw subsidie toe. Aan het einde van 1909 verscheen weer een Jaarboekje, met het jaartal 1910 op de titelpagina. In overleg met de uitgever was besloten voorlopig de lopende serie tot tien nummers te completeren en dan verder te zien.